Het begin

Waar begint een verhaal? Op 1 april startte het repetitieproces van Botanical Wasteland. We spreken af dat ik als een vlieg op de muur meekijk hoe BVDS te werk gaat.

Je ziet heel veel niet als je een rode emmer op toneel ziet, of een wasrek. Hoe komt die emmer daar? Dat wasrek?

De opmerking van Suzan maakt me nieuwsgierig. Hoe verschijnt een rode emmer op toneel, komt een wasrek er terecht, welke regel ligt daaraan ten grondslag? Staat die emmer daar niet omdat iemand hem daar heeft neergezet? Voorwerpen spelen een even belangrijke rol als mensen, merk ik al snel. Vorm overrulet psychologie.

We moeten nieuwe verhalen maken

We zijn al technologische wezens vanaf het moment dat we een steen oppakten en vuur gingen maken

vertelt Bianca in een kickoff voor medewerkers van Theater Rotterdam. Het wordt tijd dat de mens uit het centrum van de wereld stapt, heruitvindt hoe hij kan coëxisteren met alle wezens, ook technologische. Ze is geïnspireerd door het werk van Donna Haraway, die zegt dat alle wezens (human en non-human) al verstrengeld zijn met elkaar (‘entangled’). ‘We hebben een werkplaats ingericht’, zegt ze en wijst naar de kooi achter haar, ‘waar we allerlei ingrediënten instoppen waarvan we denken dat die met elkaar kunnen werken. Een artificiële tuin.’

Resten, overblijfselen

Kooi van The Immortals, een installatie uit 2014, wordt hergebruikt.

Kooi. Box. Tuin. Kas. Laboratorium. Observatorium. Offerplaats. Modern kampvuur. Krachtplek. Kweekplek voor nieuwe humans. Broedkamer. Incubatie-tempel.

Incubatie of tempelslaap was een ritueel waarbij zieken of andere hulpbehoevenden te slapen werden gelegd in een heiligdom. De patiënten brachten op deze manier de nacht door – vaak liggend op de huiden van pas geofferde slachtdieren – met de bedoeling een droomvisioen te krijgen, waarin een aangeroepen godheid aanwijzingen zou geven omtrent de te gebruiken geneeswijze of geneesmiddelen. In principe werd de incubatie voorafgegaan door ritueel vasten, reinigingsriten en offers, en achteraf gevolgd door plengoffers en het schenken van ex voto’s.

Nieuw leven

De lente is een goed moment om iets nieuws te beginnen, veel soorten vertrouwen erop, een nieuwe wereld komt langzaam op gang. Bij al dat ontspruiten, ontbotten, pril leven maken, sneuvelt ook veel, sommige wezens leven maar een paar uur.

The widest possible range of surprise

Een world into being dromen

Hoe kunnen we reconnecten? Wat is de rol van de natuur? Moeten we teruggaan? Verdergaan?

Een sjamaan (‘iemand die weet’) droomt zelf, wordt niet gedroomd (zoals wij). Via visioenen, en in trance verkregen kennis, kan hij een world into being dromen. Rituelen, ceremonies, vasten, en ayahuasca helpen hem om in een andere staat van bewustzijn te komen. Als ik het goed begrijp wordt Botanical Wasteland een sjamanistische offer-ceremonie, waarin we oude verhalen offeren, om een nieuwe wereld geboren te laten worden. Dit is geen makkelijk proces, verhalen zitten diep verankerd in ons. Omdat ze onze identiteit bepalen, laten we ze niet makkelijk los. Toch zullen we die identiteit moeten afleggen, als de huid van een slang. We zitten dichtbij het vuur, met onze neus gedrukt op grote projectieschermen. Dat werkt alvast hallucinerend.

Kooi inrichten

Wat zijn de regels? Hoe ontdekken we de regels van het systeem?

In de kooi liggen plastic planten, spullen, snoeren, schermen, kleine tollende machientjes op wieltjes, ballonnen, rubberballen, printplaten, camera’s, lampjes. Buiten de kooi, 360 graden in het rond, liggen net zoveel spullen, – wisselspelers die wachten tot ze het veld in mogen. Alle dingen moeten gaan leven. Dat kan op talloze manieren. Als je ervanuitgaat dat alles met alles verbonden is, kun je door het ene een stootje te geven het andere in beweging zetten. Als ik hier aan een slang trek, ritselt daar een tak. Het repeteren bestaat uit de kooi inrichten, en dingen voortdurend bewegen. Autonoom en als systeem.

Maken is vinden wat er al is.

Bianca en Suzan willen vinden wat er al is, verzinnen doen ze liever niet. Ze kunnen bijvoorbeeld heel blij worden van de stand van een hand. ‘Je hand is goed,’ zegt Bianca nadat ze een kwartier naar een hand heeft gekeken en die met haar smartphone heeft gevideood. Tussen de vingers zit wat lucht, ze staan open, maar ze zijn wel gefixeerd. De beweging is repetitief, maar het bewustzijn van de hand is zacht. De hand beweegt en wordt bewogen, zoals wij dromen en gedroomd worden. De regels die ze ontdekken en waarnaar ze op zoek zijn, zijn vaak eenvoudig.

Wie wil er nou verzinnen?

Omdat er ontzettend veel parameters zijn die samen moeten komen – kooi, spullen, mensen in de kooi, camera’s, camerabewegingen, gekeyde content, geluid, licht, rook, tekst, maskers, kostuums – ontstaat complexiteit. Iets emergeert. Als je kijkt naar de spullen en tekstflarden waarmee ze aan de slag gaan lijken ze nog het meest op alchemisten die van een plastic hagedis, een verentooi en een pingpong-balletje goud proberen te maken. Ze pompen energie in de materie. Ze stoppen een balletje in hun mond en duwen die met hun tong naar buiten.

Opsomming

Plastic planten, takken, netten, draden, printplaatjes, lampen, verf, kwasten, rookmachines, veren, gasflessen, plastic flessen, plastic kratten, pallets, krukjes, draaitafel, kleine machientjes op wieltjes, poppen, benen, camera’s, statieven, matten, folie, stangen, radio’s, plastic bollen, ballen, bolletjes, ballonnen, tape, planten getaped aan armen, maskers, morphsuits. Er is zoveel te zien, er wordt verbeeld met echte spullen, veelal nieuwe plastic soup.

Ik heb ingrediënten nodig in de keuken. Ik kan niet een ui erbij bedenken. Ik wil het materiaal in het echt zien.

Terwijl Bianca buiten de kooi kijkt naar hoe de dingen als projectie ogen, hoe ze eruit zien op beeld, loopt Suzan rond de kooi en brengt voortdurend elementen naar binnen. Aan het einde van de dag zegt ze dat ze de box morgen opnieuw wil inrichten, opnieuw wil dressen. Ze ruimt steeds op, begint elke dag opnieuw.

Beelden van vlees en bloed

Schetsen met de videocamera. Lichamen liggen op de grond.

Huid ingezoomd is wanstaltig. Een tong van dichtbij lijkt op een opgerolde slak. Pulserend vlees is grotesk. Stulpende lippen – bollen en tongen die uit monden ploppen en er weer in – is weerzinwekkend. Het aardse is nat, slijmerig, rood en tastbaar.

Het voelt als een opluchting wanneer de groene verf tevoorschijnkomt, waarmee alles in deze wereld verdwijnt. Het fysieke, planten en groen geverfde dingen, maakt via de chromakey plaats voor het virtuele, het visioen: de cleane computersimulatie, de nieuwe wereld.

Ik vind het een mooi gegeven dat de mens zichzelf wegkeyt, hij schildert zich letterlijk uit het tafereel/uit beeld. Er komt ruimte voor een nieuwe wereld waarin Sapiens niet in het centrum staat, de horizon verspert.

De tuin

Met de camera in de hand filmen de spelers in de kooi allerlei handelingen. Ze bewegen met takjes heen en weer, trekken aan touwtjes, tikken tegen planten. Luisteren naar de trillingen. Komen met de camera dichterbij.

Wanneer zoomen we in? Hoe gaan we de nieuwe wereld in?

Ze stellen zichzelf voortdurend vragen, alsof ze niet de bedenkers, maar ontdekkers zijn van een wereld die al bestaat. Dat is natuurlijk niet waar, in den beginne is er niks, een lege kooi, ze zijn god, raadplegen de website van IKEA, bestellen extra planten. Toch lijken ze steeds zo snel mogelijk te willen vergeten dat zij het zelf zijn die die spullen daar vijf minuten eerder hebben neergelegd. Ze willen spelen in de tuin.

Slangen

In de tuin.

Serpent of the South, totemdier in een kunstmatig paradijs. De slang herinnert ons aan de aarde die ons voedt, koudbloedig, emotieloos, vitaal en instinctief. Vol lucht, licht, leven, electriciteit.

kunstmatige slangen

Kooi dressen, kooi clearen

De ring rond de tuin waar zometeen het publiek gaat zitten ligt bezaaid met snoeren, tape, folie, maskers, voorwerpen, dingen. De tuin verandert voortdurend. Er komt steeds meer bij. Elke dag liggen er nieuwe spullen. The abundance is playful, almost obscene.

Eindeloze lus

Adam bevindt zich in de tuin, liefkoost een computerscherm. Als je kijkt naar wat er op dat scherm te zien is, zie je plots een glimp van Het Systeem. Een camera filmt Adam die het scherm vasthoudt, en voert het beeld naar het scherm waarop je Adam ziet die een scherm vasthoudt. En dat tot in het oneindige. Systeem voedt zich. Output wordt input.

adam touches screen

Storytelling met chromakey

BVDS maakt beeld, ze creëren situaties waarnaar je kijkt, al ontkomen ze er niet aan ook een verhaal te vertellen, een theatervoorstelling heeft een duur in de tijd, een begin, een midden, een einde. Er is een ontwikkeling.

‘Some of the best thinking is done as storytelling,’ zegt Donna Haraway. ‘The storytelling is the thinking.’

In Storytelling for earthly survival, een documentaire over en met Haraway, zit een grappig fragment waarin de regisseur allemaal objecten in beeld schuift, een houten vogel, een boek, en een enorme bal. Met chromakey laat hij Haraway (die achter die objecten zit) uit beeld verdwijnen.

Dit is geestig, en zo je wil, symbolisch. Mens weg uit centrum.

Het idee voor chromakey had Bianca al voordat ze die documentaire zag, vertelt ze. Chromakey maakt mogelijk visioenen van een nieuwe wereld (de gekeyde content) te vermengen met de realiteit. Naarmate de voorstelling vordert komt steeds meer ruimte voor de dingen, de dingen krijgen een stem, laten van zich horen. Mijn reptielenbrein laat zich intussen heerlijk overspoelen door al die kleurtjes en geluiden en geheimzinnige pixels, de neocortex ziet een moraal van het verhaal.

Meer dromen, minder denken

‘Gisteren goede stappen gezet. Er begint wat stevigheid te ontstaan. Alles bleef zo vloeibaar. We moeten van golf deeltje worden deze dagen. Er zijn veel teksten uit. Vandaag nog meer schrappingen. Dat voelt goed. Quantum-mechanica-tekst staat op de tocht, en Garden-of-Eden-verhaal. Te uitleggerig. Botst met beelden, maakt ze kleiner. Bronnen blijven bronnen. Meer dromen, minder denken.’ [appje van Bianca in de ochtend op de dag van de tryout]