Kooi inrichten

Wat zijn de regels? Hoe ontdekken we de regels van het systeem?

In de kooi liggen plastic planten, spullen, snoeren, schermen, kleine tollende machientjes op wieltjes, ballonnen, rubberballen, printplaten, camera’s, lampjes. Buiten de kooi, 360 graden in het rond, liggen net zoveel spullen, – wisselspelers die wachten tot ze het veld in mogen. Alle dingen moeten gaan leven. Dat kan op talloze manieren. Als je ervanuitgaat dat alles met alles verbonden is, kun je door het ene een stootje te geven het andere in beweging zetten. Als ik hier aan een slang trek, ritselt daar een tak. Het repeteren bestaat uit de kooi inrichten, en dingen voortdurend bewegen. Autonoom en als systeem.

Maken is vinden wat er al is.

Bianca en Suzan willen vinden wat er al is, verzinnen doen ze liever niet. Ze kunnen bijvoorbeeld heel blij worden van de stand van een hand. ‘Je hand is goed,’ zegt Bianca nadat ze een kwartier naar een hand heeft gekeken en die met haar smartphone heeft gevideood. Tussen de vingers zit wat lucht, ze staan open, maar ze zijn wel gefixeerd. De beweging is repetitief, maar het bewustzijn van de hand is zacht. De hand beweegt en wordt bewogen, zoals wij dromen en gedroomd worden. De regels die ze ontdekken en waarnaar ze op zoek zijn, zijn vaak eenvoudig.

Wie wil er nou verzinnen?

Omdat er ontzettend veel parameters zijn die samen moeten komen – kooi, spullen, mensen in de kooi, camera’s, camerabewegingen, gekeyde content, geluid, licht, rook, tekst, maskers, kostuums – ontstaat complexiteit. Iets emergeert. Als je kijkt naar de spullen en tekstflarden waarmee ze aan de slag gaan lijken ze nog het meest op alchemisten die van een plastic hagedis, een verentooi en een pingpong-balletje goud proberen te maken. Ze pompen energie in de materie. Ze stoppen een balletje in hun mond en duwen die met hun tong naar buiten.